Een zieke economie verziekt ons bestaan
Als je gaat stemmen en dat is, in de huidige tijd waarin we leven, van levensbelang, wil ik je enkele overdenkingen meegeven in onderstaande column. Maak een weloverwogen keuze bij de aankomende verkiezingen.
Ik voel dat ik in een lichaam zit dat ziek is. Niet een lichaam dat wat rust en verzorging nodig heeft, maar in een systeem dat fundamenteel is aangetast. Onze economie en financiële orde zouden de bloedsomloop van de samenleving moeten vormen — een systeem dat waarde rondpompt, zuurstof brengt naar elke cel, elke gemeenschap voedt en vernieuwt. Maar dat gebeurt niet meer. De slagaders zijn dichtgeslibd, de aders gekneld. Het bloed stroomt niet naar waar het nodig is, maar wordt opgestuwd en opgestapeld in steeds kleinere, machtigere organen.
Miljonairs en miljardairs zijn in dit systeem geen voorbeelden van succes. Ze zijn tumoren. Ze groeien ongebreideld, zuigen waarde op, verdrukken gezonde weefsels, en doen alsof hun expansie iets natuurlijks is. Maar laten we eerlijk zijn: hun rijkdom is niet het bewijs van hun genialiteit, maar van structurele toe-eigening. Ze leven niet “van” de economie, ze leven “in” de economie zoals een parasiet in een lichaam leeft — ten koste van de vitaliteit van het geheel.
Wat mij boos maakt, is niet alleen hun onstilbare honger, maar de vanzelfsprekendheid waarmee dit alles wordt geaccepteerd. Alsof we collectief zijn gaan geloven dat extreme ongelijkheid een natuurverschijnsel is. Alsof er geen politieke keuzes, geen wetgeving, geen belangen achter schuilgaan. Alsof rijkdom simpelweg “naar boven sijpelt” omdat sommigen “slimmer” zijn. Het is moreel obscene zelfrechtvaardiging, vermomd als economische logica.
Ons maatschappelijke immuunsysteem — ooit gevormd door solidariteit, democratische controle, publieke instituties en sociale strijd — is verzwakt. Het is uitgehold door decennia van neoliberaal beleid, door de afbraak van publieke voorzieningen en door de overdracht van macht aan markten en aandeelhouders. De witte bloedcellen van dit lichaam — kritische burgers, onafhankelijke journalistiek, vakbonden, collectieve bewegingen — zijn ofwel verzwakt, ofwel opgeslokt, ofwel doelbewust verlamd.
En terwijl het lichaam verzwakt, steekt een oud virus opnieuw de kop op: het fascisme. Fascisme is geen historische uitzondering, maar een voorspelbare reactie op diepe systeemziekte. Het nestelt zich in de wonden die ongelijkheid achterlaat. Het floreert waar bestaansonzekerheid groeit, waar vertrouwen in instituties verdampt, waar mensen zich verraden voelen door een systeem dat hen leegzuigt.
Fascisme presenteert zich als de remedie: “wij zullen orde brengen”, “wij zullen de rotte plekken verwijderen”, “wij zijn het sterke lichaam dat jullie zal beschermen.” Maar dit is een leugen. Fascisme is een auto-immuunziekte. Het zet het lichaam tegen zichzelf op. Het vernietigt de diversiteit, de vrijheden, de kritische stemmen die juist nodig zijn om te genezen. Het kanaliseert woede naar zondebokken, niet naar de echte machtsconcentraties. Het breekt af wat nog werkt, en versterkt de ziekte.
Ik zie de symptomen overal om me heen. Politici die de taal van ‘sterk leiderschap’ en ‘grenzen’ normaliseren. Media die ongelijkheid framen als een kwestie van individuele verdienste. Burgers die elkaar wantrouwen in plaats van de machtsstructuren die hen verzwakken. De tumor groeit, en het immuunsysteem bestrijdt zichzelf.
Wat me werkelijk ongerust maakt, is dat dit proces niet vanzelf stopt. Een lichaam dat zijn eigen bloedsomloop niet meer reguleert, gaat dood. Een economie die rijkdom niet meer laat circuleren, maar opslaat in steeds dunnere lagen van privilege, stort vroeg of laat in. Niet plotseling, maar gestaag, als een lichaam dat langzaam bezwijkt aan orgaanfalen.
De harde waarheid is dat dit systeem niet genezen kan worden door een beetje pleisters plakken of door vriendelijke verzoeken aan de machtigen om “iets terug te geven.” Parasieten geven niets terug. Tumoren stoppen niet vanzelf met groeien. Macht concentreert zich, tenzij ze actief wordt teruggedrongen.
Als we dit lichaam willen redden, dan moeten we het niet behandelen alsof het lichtjes verkouden is. We moeten erkennen dat de ziekte systemisch is: de concentratie van rijkdom, de uitholling van democratie, de normalisering van autoritaire reflexen. Dat vraagt om scherpe politieke keuzes: herverdeling, democratisering, het breken van monopolies, het versterken van collectieve instituties.
We doen al zo lang alsof dit allemaal normaal is. Ik ben ongerust, omdat ik zie hoe snel een ziek lichaam kan afglijden als niemand ingrijpt.
We staan op een punt waarop koortsaanvallen — fascisme, autoritarisme, sociale fragmentatie — niet langer waarschuwingen zijn, maar symptomen van een naderende ineenstorting.
Ik leef in een ziek lichaam. En ik weiger nog langer te doen alsof het gezond is.

